PrivéBlogHoe vertelt u uw kind dat het een donorkind is?
Ouders van donorkinderen

Hoe vertelt u uw kind dat het een donorkind is?

Donorkind

De meeste kinderen zullen op een gegeven moment vragen stellen over hoe ze op deze wereld terecht zijn gekomen. Dat geldt ook voor kinderen die met een donor verwerkt zijn, hoewel hun verhaal een beetje anders is. Het kan echter lastig zijn om dit gesprek met uw donorkind te hebben: wanneer moet ik het vertellen, wat moet ik zeggen en welke reactie kan ik verwachten? Daarom hebben we een paar tips verzameld voor wanneer u uw donorkind hun verhaal moet vertellen.

Waarom zou u uw kind vertellen dat hij of zij een donorkind is?

Aangezien u dit artikel leest, is de kans groot dat u al heeft besloten om uw (toekomstige) kind te vertellen dat hij of zij een donorkind is. Maar als u zich nog afvraagt of het verstandig is om dat te doen, of als u uw keuze bevestigd wilt zien, kunt u hieronder de redenen hiervoor zien:

  • Met de hedendaagse mogelijkheden van DNA-tests, sociale netwerken, enz. was het nooit eerder zo gemakkelijk om familieonderzoek te doen. Daarom is het aan te raden om uw kind de waarheid te vertellen. Hij/zij zal er waarschijnlijk toch achter komen en het is beter om de informatie direct van de ouders te krijgen dan van iemand anders.
  • Eerlijkheid en respect zijn altijd een goed uitgangspunt voor een relatie; ook bij de relatie tussen ouder en kind.
  • Significante verschillen tussen het kind en de ouders kunnen beter worden verklaard en begrepen.
  • Het kind kan het aspect van verwekking door een donor integreren in zijn/haar eigen verhaal en zelfwaarde tijdens het opgroeien.
  • Wanneer dat op enig moment relevant is, kan de volledige medische geschiedenis van de genetische achtergrond van het kind (of het ontbreken hiervan) aan artsen worden verstrekt.

Hier kunt u wat goed advies lezen over hoe u het met uw kind kunt hebben over donorconceptie.

Vertellen is een proces 

Voor veel ouders van donorkinderen zullen de basiselementen van het verhaal ongeveer zo iets zijn als: ‘We wilden je zo graag, maar het was moeilijk om je te krijgen, we hebben verschillende dingen geprobeerd en uiteindelijk was je er, daar zijn we erg dankbaar voor!’ Welke details je aan dit verhaal toevoegt, is echter afhankelijk van de leeftijd van het kind.

Hoe vertelt u uw kind dat het een donorkind is?

Het Donor Conception Network raadt aan om het te vertellen wanneer het kind jonger is dan vijf jaar. Hierbij is het de bedoeling dat als een kind weet van de donor, deze kennis een integraal onderdeel van het leven van het kind wordt. Het helpt ook om te voorkomen dat er een tijd komt dat de kind de waarheid niet kent. De onderzoeken van Susan Golombok geven ook aan dat kinderen die het te horen krijgen voordat ze naar school gaan, betere relaties met hun ouders hebben. Het vertellen wanneer het kind nog zo jong is, zal echter een proces zijn, aangezien het kind een gedetailleerd verhaal niet direct nodig heeft of begrijpt. Wanneer het kind opgroeit en steeds meer begrijpt en meer cognitieve vaardigheden krijgt, kan meer informatie worden toegevoegd.

Welke woorden gebruikt u voor de donor?

Voordat u het gesprek aangaat, kan het een goed idee zijn om na te denken over welke woorden u gebruikt wanneer u het over de donor heeft: is hij een ‘donor’ of een ‘vader’? Hoewel de donor gezorgd heeft voor 50% van het genetisch materiaal bij de bevruchting, zal hij nooit de sociale ouder van het kind zijn. Daarom kan het een goed idee zijn om na te denken over hoe u over de donor praat en welke rol hij moet spelen in het leven van uw kind.

Welke reactie kunt u verwachten van uw kind?

Afhankelijk van de leeftijd van het kind en de manier die u kiest om het te vertellen, kan de reactie variëren van ‘Mag ik wat lekkers?’ tot ‘Hoe ziet een zaadcel eruit?’ Jongere kinderen houden zich niet zo bezig met de genetische kant, terwijl oudere kinderen daar meer over nadenken. Als dat zo is, is het belangrijk om de wensen van het kind te respecteren en het onderwerp later nog eens aan te snijden wanneer de informatie wat meer is bezonken en er vragen kunnen ontstaan. En onthoud, nieuwsgierigheid betekent niet dat het kind zich afkeert van de niet-genetische ouder als die er is.