PrivéBlogDe 48-jarige Uffe was een donorkind: “Ik heb altijd een vader gehad, ook al hadden we niet dezelfde genen”
Donorkinderen

De 48-jarige Uffe was een donorkind: “Ik heb altijd een vader gehad, ook al hadden we niet dezelfde genen”

By Cryos | 2/3/2021
Toen Uffe 10 was, hoorde hij dat hij ter wereld is gekomen met de hulp van een donor. Dit is Uffe samen met zijn eigen zoon

Uffe was 10 jaar toen hij te horen kreeg dat zijn vader niet zijn biologische vader is en dat hij op deze wereld is gekomen met de hulp van een Non-ID Release spermadonor.

Nu is Uffe 48 jaar oud, de vader van twee kinderen en manager van een communicatiebureau. In dit artikel vertelt hij over zijn jeugd en wat hij ervan vindt om een donorkind te zijn.

“Ik ben opgegroeid in een hecht gezin met een vader, moeder en broertje. Mijn ouders zijn 56 jaar getrouwd en mijn broer heeft zijn eigen gezin met drie kinderen. Mijn (“sociale”) vader, die nu 76 is, werkt parttime in mijn bedrijf naast zijn dagelijks leven als gepensioneerde.”

Wanneer hoorde je dat je op de wereld bent gekomen met de hulp van een donor?

“Ik denk dat ik een jaar of 9-10 was toen mijn ouders mijn broertje en mij vertelden dat onze ‘vader’ niet onze biologische vader was. Ze vertelden dat mijn vader als tiener de bof aan zijn testikels had gehad waardoor hij onvruchtbaar was geworden. Daarom zijn mijn broer en ik op de wereld gekomen met de hulp van een anonieme donor. Ik weet nog toen ik het voor het eerst hoorde, dat ik het allemaal wat moeilijk en verwarrend vond. Maar dat ging snel over.”

Hoe was het voor jou om op te groeien als donorkind?

Ik weet niet hoe het anders is. Maar ik heb altijd een goede en geborgen jeugd gehad met twee ouders die er echt waren voor mijn broer en mij. Mijn theorie is dat ik als kind misschien wel iets te veel aandacht heb gehad, misschien omdat mijn ouders zich in wat meer bochten hebben moeten wringen om mij te krijgen. Ik ben er niet altijd even goed in geweest om mijn eigen behoeften opzij te zetten om anderen ruimte te geven. Maar of die theorie daadwerkelijk klopt, weet ik niet.”

Uffe is 48 jaar oud. Toen hij een kind was, kreeg hij te horen dat hij een donorkind was. Dit is Uffe met zijn familie

Dit is Uffe met zijn familie.

Hoe heb je het met je ouders besproken?

“We hebben het er eigenlijk nooit zo veel over gehad – behalve die keer toen mijn ouders het ons vertelden, dat was rond 1980. Ik denk dat het ook best een gevoelig onderwerp is voor mijn vader. Dus ik heb niet echt het initiatief genomen om er veel over te praten.”

Hoe hebben jullie het in het gezin over de donor gehad?

“We hebben eigenlijk niet veel energie gestoken in het praten over de donor. Ik denk serieus dat ik het niet meer met mijn ouders over hem heb gehad sinds ik 10 was.”

Zou je willen dat je ouders de situatie anders hadden aangepakt?

“Nee, niet echt. Het is zoals het is, en ik voel eigenlijk niet de behoefte om het er veel over te hebben. Ik heb altijd een vader gehad, ook al hebben we niet dezelfde genen.”

Feiten: ID Release (niet-anonieme) en Non-ID Release (anonieme) donor

  • ID Release betekent dat wanneer donorkinderen 18 worden, ze de contactgegevens van de donor kunnen krijgen
  • Non-ID Release betekent dat noch de kinderen, noch de ouders meer informatie over de donor kunnen krijgen dan wat er op het donorprofiel vermeld staat
  • Tot 2006 was het in Denemarken alleen toegestaan om Non-ID Release-donors te gebruiken. Zodoende hadden donorkinderen niet de mogelijkheid om contact met de donor op te nemen
  • De regels over het gebruik van ID Release- of Non-ID Release-donors verschillen van land tot land. In sommige landen kun je slechts één van beide gebruiken
  • In Denemarken is het tegenwoordig mogelijk om zelf te kiezen of je een ID Release- of Non-ID Release-donor wilt gebruiken

Heeft een grote invloed op je leven gehad dat het een donor was? 

“Nee, dat geloof ik niet. Het heeft me nooit zo erg bezig gehouden. Ik heb mijn biologische vader nooit gemist, omdat ik altijd een vader had.

De gedachte heeft in mijn leven natuurlijk wel eens door mijn hoofd gespeeld. Dat mijn persoonlijkheid bijvoorbeeld niet erg lijkt op die van mijn moeder of mijn vader. Dus naast de omgevingsinvloed denk ik niet dat ik veel van mijn biologische vader heb gekregen. Ik weet verder niets over hem, wat ergens wel positief is.

Soms heb ik de gaten in mijn kennis over mijn biologische vader wel eens ingevuld met wat wishful thinking. Dan stelde ik mij voor dat mijn biologische vader een getalenteerde hartchirurg was of een slimme professor in een ziekenhuis. Ik denk dat de meeste donors die toen doneerden aan de vruchtbaarheidskliniek van het Rigshospitalet geneeskundestudenten waren. Dat heeft mijn moeder mij verteld. Maar ik weet eigenlijk niet of dat waar is.”

Heeft het de relatie tussen jou en je ouders beïnvloed dat je ter wereld bent gekomen met de hulp van een donor?

“Nee, dat denk ik niet. Maar ik heb natuurlijk nooit anders geweten. Ik weet niet hoe het is om je eigen persoonlijkheid te kunnen spiegelen aan die van je vader. Mijn vader en ik zijn erg verschillend, ook al hebben we altijd een goede relatie gehad.”

Kende je andere donorkinderen toen je nog kind was?

“Alleen mijn broertje. Ik denk eigenlijk niet dat we gepraat hebben over het feit dat we allebei donorkinderen zijn – en dat we waarschijnlijk kinderen zijn van twee verschillende anonieme donors, want we lijken helemaal niet op elkaar.”

Heb je ooit contact willen hebben met je donor?

“Als het mogelijk zou zijn geweekt, denk ik dat ik hem wel had willen ontmoeten. Maar aangezien je toen alleen niet-anonieme donors had, en het nooit een optie is geweest, heb ik er niet veel tijd aan besteed.”

Heb je ooit contact willen hebben met je donorbroers en -zussen?

“Nee, niet echt. Ik heb er nooit echt over nagedacht eigenlijk.”

Zou je zelf een donor gebruiken, als dat nodig was?

“Ja, hoewel dat gelukkig niet nodig was voor mijn vrouw en ik.”